Hoe sneu is de kneu?

Foto Kneu man / Marten F. de Vries
De kneu is nog steeds niet zeldzaam, maar was vroeger een stuk algemener. Typisch een onopvallend zangvogeltje, dat langzaamaan uit ons landschap aan het verdwijnen is. Eigenlijk verklaart dit de kop boven dit blog al. Maar in plaats van ‘Hoe sneu is de kneu’ zou het toepasselijker zijn om het over: ‘Ode aan de kneu’ te hebben.



Kneu, kneu, kneu / Foto’s L>R Bennie van der Weide, Hans Peeters, Willem de Wolf
Buiten het broedseizoen is de kneu bruin van kleur met een beige onderkant, die donker gespikkeld is. Heel onopvallend en niet vreemd dat ie wel eens voor een mus of zelfs voor een grauwe gors wordt aangezien. Maar voor het broedseizoen ondergaat de man een metamorfose. Hij krijgt een knalrode kruin en bloedrode borstvlek. Het is dan een juweeltje of zo je wilt een ‘robijntje’ zoals hij in bepaalde delen van het land genoemd wordt. Hij kan heerlijk voor zich uit zitten frazelen, maar ook de zang van deze typische struweelvogel is weinig opvallend.



Kneumannen / foto’s L>R Hans Peeters, Willem de Wolf, Lubbert Boersma
Vroeger zagen we kneuen vooral op braakliggende terreinen met veel kruiden, open stukken en opschietende boompjes en struiken. Maar ja, waar kom je tegenwoordig nog een braakliggend terrein tegen. Elke vierkante centimeter in Nederland heeft een bestemming en daar hoort ‘braakleg’ niet bij. In Gruttoland broeden kneuen de laatste jaren in de klimopbegroeiing van de corridors, die toegang geven tot de hutten. Het nestje zit goed verstopt tussen het groen. De kneuen zitten graag in groepjes boven op de ijzervlechtwerken van de corridors. Ze foerageren op distels en kruiden die langs de randen groeien. Voor Gruttoland is de kneu een echte broedvogel en is in de winter afwezig. Voor een echt weidevogelreservaat als Gruttoland, blijft de kneu toch telkens weer een aangename attractie.



Foto’s L>R Lubbert Boersma, Marten F. de Vries 2x
Paspoort kneu
Wetenschappelijke naam: Carduelis cannabina
Friese naam: Robyntsje
Herkenning: grootte ringmus, bovendelen bruin, onderzijde grijs/beige met donkere spikkels; man in broedkleed rode kruin en borstvlek
Lengte: 12,4 – 14 cm.
Spanwijdte: 21 – 25 cm
Geluid: zang een mengsel van muzikale, ratelende klanken; gefrazel
Voedsel: zaden van paardenbloem, brandnetel, koolzaad, akkerdistel en bijvoet
Gedrag: leeft buiten broedseizoen in groepjes
Leefgebied: open landschap met struiken en kleine bomen; overhoekjes, braakliggende terreinen, cultuurvolger
Nest: nestelt in lage struiken en struwelen
Aantal eieren: 4 – 6 stuks; 2 of 3 legsels per seizoen
Broedduur: 10 – 12 dagen
Vliegvlug: jongen verlaten na 11 – 13 dagen het nest
Trek: trekken in najaar in groepen naar Spanje en Marokko; doortrekkers vanuit Scandinavië, Duitsland en Engeland
Voorkomen: broedparen 40.000; winteraantallen 25.000 – 40.000
Gruttoland: jaarlijks enkele broedgevallen

Kneu met nestmateriaal / foto Willem de Wolf

