foto Jappie Seinstra

Kleine mantelmeeuw

Vriendelijkheid bedriegt. De kleine mantelmeeuw oogt als een vriendelijke meeuw, maar schijn bedriegt. Kleine mantelmeeuwen, met de grootte van een zilvermeeuw en veel groter dan een kokmeeuw, lusten ook wel een jong haasje, muis en wat te denken van weidevogelkuikens?

Foto’s Li en Mi – Willem de Wolf; Re – Servan Ott

Naar de Wadden

Het zijn sociale vogels, die kleine mantelmeeuwen. Je ziet ze zelden alleen, meestal in groepjes. Van oorsprong zijn het echte kustvogels, hoewel ze tegenwoordig steeds vaker in het binnenland gezien worden. Op zee kun je hele groepen zien, die achter vistrawlers aanvliegen. In de weet dat er regelmatig wat eetbaars overboord gegooid wordt. Ook vliegen ze met de ferry’s mee, die naar onze Waddeneilanden varen. Toeristen voeren ze met gulle hand en de meeuwen weten de broodkorsten en andere versnaperingen in de lucht te vangen.

Foto’s Li en Mi – Marten F. de Vries; Re – Servan Ott

Gruttoland

In Gruttoland kun je kleine mantelmeeuwen buiten het broedseizoen zien. Ook hier vaak met enkele bij elkaar. Ik heb zelf wel gezien dat een kleine mantelmeeuw aan kwam vliegen met een muis in de snavel. De vogel landde op de plas en verdronk zijn prooi, waarna die hap-slik-weg verdween. Ook zijn ze dol op eieren van weide- en watervogels. Ook jonge kuikens versmaden ze niet. Boer Murk over de kleine mantelmeeuw: “De lytse sjouwerman is een brutale rakker die bijna volwassen kuikens vliegend nog naar binnen werkt. In de tijd dat de kuikens bijna groot zijn vind ik ze erger dan een zwarte kraai.”

Foto’s Li – Lianne Otter; Mi en Re – Lubbert Boersma

Paspoort Kleine mantelmeeuw

Wetenschappelijke naam: Larus fuscus graellsii

Friese naam: Lytse sjouwerman

Herkenning: meeuw; beide geslachten identiek: witte kop, keel en onderzijde; donkergrijze vleugels (rug); gele poten; Engelse ondersoort heeft zwarte vleugels

Lengte: grootte als zilvermeeuw; 52-67 cm; moeilijk te verwarren met grote mantelmeeuw, die veel groter is (64-78 cm)

Spanwijdte: 128 – 148 cm

Geluid: een rauw kaw en lachende roep

Voedsel: vis, insecten, wormen, schelpdieren, eieren en kuikens van andere vogels, maar ook bessen en afval; ze foerageren zowel op zee (tot ver uit de kust) als landinwaarts en op vuilnisbelten

Gedrag: sociaal gedrag; vaak in groepjes, broedt in kolonies

Leefgebied: voornamelijk langs kusten (Waddeneilanden, Delta, Maasvlakte) en in het binnenland bij grote wateren, broedend in duinen, op dijken, kwelders, en steeds vaker op daken in steden en industriële gebieden

Nest: beide vogels bouwen samen nest op de grond van zeewier en grashalmen

Aantal eieren: 1 – 4 (meestal 3), door beide ouders uitgebroed

Broedduur: 24 – 27 dagen

Vliegvlug: nestvlieders; kunnen na 30 – 40 dagen vliegen

Trek: trekken na het broedseizoen langs de kust in zuidelijke richting, veel vogels blijven in Nederland

Voorkomen: broedparen 100.000 – 110.000 ; winteraantallen 500 – 1500

Gruttoland: wordt gehele jaar gezien, buiten broedseizoen

Foto’s Li – Bennie van der Weide; Mi  en Re – Henk Dikkers

Foto’s Li – Henk Dikkers; Re – Jappie Seinstra

 

 

Deel dit bericht

Gerelateerde berichten

TWEELINGVOGELS

Tweelingvogels   Kleine strandloper / foto: Jappie Seinstra Twee soorten die zoveel op elkaar lijken, dat we ze tegelijkertijd behandelen.

Lees meer
Processing...
Thank you! Your subscription has been confirmed. You'll hear from us soon.
ErrorHere