
Kleine plevier / foto Martin F. de Vries
Kleine plevier – Wie het kleine niet eert…
Een altijd graag geziene gast in Gruttoland is de kleine plevier. Een klein druk steltlopertje dat altijd bedrijvig in de weer is. Met de nieuwe dobbe enkele jaren geleden kreeg ook de kleine plevier vaste grond onder de voeten. Vrijwilligers en fotografen konden hun geluk niet op toen de vogels gingen broeden en nu jaarlijkse gasten zijn. Niet zomaar langs de rand van de plas, maar op het dak van een van de vogelhutten. Precies zoals boer Murk het bedacht had. Een laag schelpjes op het dak van de hut en de vogels doen alsof ze op een schelpenstrand zitten.



Foto’s: Li / Bennie van der Weide; Mi en Re / Douwe Struiksma
Kleine versus bontbekplevier
De kleine plevier is naaste familie van de bontbekplevier en de strandplevier. Qua uiterlijk lijken ze dan ook erg op elkaar. Welke de mooiste is, is een kwestie van smaak. De kleine plevier heeft meer vleeskleurige poten, terwijl die van de bontbekplevier oranje zijn. Maar het duidelijkste kenmerk is het fel gele oogringetje bij de kleine. Een miniem detail, waarvoor je de vogel wel van nabij moet kunnen bekijken. En dat kan dus in Gruttoland. In het voorjaar foerageren en baltsen de vogeltjes tot vlak voor de hutten. Tijdens de balts zet het mannetje een hoge borst op om het vrouwtje imponeren.



Foto’s: Li – zoek het nest met 4 eieren / Hans Peeters; Mi / Hans Peeters; Re / Jappie Seinstra
Rennen en stil staan
Voor boer Murk is de kleine plevier op Gruttoland een welkome en leuke verschijning. “Elk jaar zien we de soort wel op Gruttoland, maar broeden deden ze niet jaarlijks, maar de laatste jaren is het vaste prik.”
De dagelijkse kost bestaat uit insecten (kevers, vliegen, larven), spinnetjes en slakjes die gezocht worden op het slik en in ondiep water. Murk: “Het zijn echte zichtjagers. Ze rennen een stukje, stoppen, kijken of er iets eetbaars is en rennen weer verder. Net als andere plevieren zijn ze altijd in beweging.”



Foto’s: Li / Jappie Seinstra; Mi en Re / Lianne Otter
Onregelmatige broedvogel
“In 2010 was er een broedgeval bij de toen nog aanwezige linker plas”, herinnert Murk zich. “We vonden op 27 april een nestje met vier eieren. De twee daaropvolgende jaren waren de vogels er wel, maar was er geen broedgeval. En na alle werkzaamheden en het uitgraven van de nieuwe plas, was er in 2021 plotseling weer een broedsel. Sindsdien is de soort elk jaar aanwezig en er zijn jaren dat er zelfs drie broedsels geweest zijn.”
Het nest van een kleine plevier is niet meer dan een ondiep kuiltje met daarin vier kleine eieren, die een geweldige schutkleur hebben. “De kleine plevier is een echte pioniervogel en heeft het nest vaak op het randje van land en water of zoals in Gruttoland, op het platte schelpendak van de vogelhutten.”



Foto’s: Li en Mi / Lubbert Boersma; Re / Marten F. de Vries
Paspoort kleine plevier
Wetenschappelijke naam: Charadrius dubius
Friese naam: lytse bûnte wilster
Herkenning: steltloper; ♂ en ♀ bruinbeige rug, witte onderzijde, zwarte borstband en zwart-witte koptekening, opvallende gele oogring
Lengte: kleiner dan bontbekplevier, 14 – 15 cm;
Spanwijdte: 42 – 48 cm
Geluid: tijdens baltsvlucht steeds herhaald grie-a, grie-a, grie-a; bij alarm steeds herhaald pip pip pip
Voedsel: insecten (kevers, vliegen, larven), spinnetjes, slakken enz.
Gedrag: buiten broedtijd minder in groepen dan bontbekplevier
Leefgebied: tijdelijke vaak kunstmatige habitat, zoals baggerdepots, afgravingen en opgespoten terreinen
Nest: ondiep kuiltje tussen grind of in zand
Aantal eieren: 4; soms 2 broedsels per jaar
Broedduur: 23 – 26 dagen
Vliegvlug: nestvlieders
Trek: trekken in juli – september via Frankrijk, Spanje en Marokko naar Afrika, arriveren maart – april weer in broedgebied
Voorkomen: broedparen 1200 – 1500; winteraantallen 0
Gruttoland: niet jaarlijkse broedvogel met 1 – 3 paar



Foto’s: Li, Mi en Re / Servan Ott

Foto’s: boven en onder Willem de Wolf




Foto’s: Li, Mi en Re / Willy Dikkers

